Verplichtingen paramotors met Nederlandse inschrijving

Voor paramotorvliegers in Nederland zijn de volgende zaken verplicht:

Bewijs van Inschrijving (BvI)

Het Bewijs van Inschrijving (BvI) wordt door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) afgegeven als de paramotor in het Nederlandse luchtvaartuigregister wordt ingeschreven. Om een paramotor in te kunnen schrijven dient een aanvraagformulier en het Blauwe Boekje te worden opgestuurd. Op het moment dat de paramotor is ingeschreven ontvangt de eigenaar een nationaliteitskenmerk (PH-nummer) welke op de paramotor èn in het scherm moeten worden aangebracht. Op het moment van schrijven wordt de motor in het register ingeschreven. De KNVvL werkt met het Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat aan een oplossing om in de toekomst het scherm in het luchtvaartuigregister in te schrijven.            

Let op!
Een paramotor met alleen een BVI (en dus zonder bewijs van luchtwaardigheid) mag NIET worden gevlogen. Het BVI is alleen een bewijs van inschrijving in het luchtvaartuigregister.

Speciaal Bewijs van Luchtwaardigheid (s-BvL)

Luchtvaartuigen mogen gebruikt worden als ze over een bewijs van luchtwaardigheid beschikken. Omdat paramotorvliegen onder Nationale regelgeving valt, heeft de Nederlandse overheid hiervoor Nationale regelgeving gemaakt. Daarom mag alleen gevlogen worden als de paramotor over een speciaal Bewijs van Luchtwaardigheid (s-BvL) beschikt. De regels omtrent bewijzen van luchtwaardigheid staan vermeld het Besluit luchtvaartuigen 2008. Hierin is onder andere vermeld dat het s-BvL voor een gemotoriseerd schermvliegtuig 1 jaar geldig is.

De voorwaarden voor afgifte van het s-BVL voor gemotoriseerd schermvliegtuig zijn uitgewerkt in de Regeling nationale veiligheidsvoorschriften luchtvaartuigen (RNVL) artikel 10. De volgende zaken zijn onder andere van belang:

  • Er moet een document uit Duitsland, Groot Brittannië of Tsjechië beschikbaar zijn dat de luchtwaardigheid van het ontwerp aantoont.
    In de praktijk is dit bij paramotors een Duits Kennblatt.
  • De houder moet verklaren dat aanwijzingen voor luchtwaardigheid of onderhoud door het hierboven genoemde land òf de fabrikant zijn opgevolgd.
    Dit houdt in dat voor zowel de paramotor en het scherm de onderhoudsaanbevelingen moeten worden opgevolgd:
    • Voor de paramotor: in de handleiding van de paramotor is vermeld welk onderhoud moet worden uitgevoerd. Vaak is dit onderhoud afhankelijk van het aantal uren dat de motor gelopen heeft. Het bijhouden van de draaiuren en het uitvoeren van het onderhoud is ingevolge de RNVL dus verplicht!
    • Voor het scherm: in de handleiding van het scherm is vermeld welk onderhoud moet worden uitgevoerd. Merk op dat de overheid een schermkeuring als verplicht periodiek onderhoud ziet. Het uitvoeren van de schermkeuring bij een erkende instantie is dus ingevolge de RNVL verplicht!
  • De houder moet verklaren dat de configuratie gelijk is aan de toegelaten configuratie.
  • De houder moet beschikken over een geluidsmeetrapport.

Samengevat kan het s-BVL dus afgegeven of verlengd worden als de paramotor een originele configuratie betreft èn aan alle onderhoudsverplichtingen is voldaan.

Geluidscertificaat / Blauw boekje

Nog te vullen.

Bewijs van bekwaamheid en medische verklaring

Bewijs van bekwaamheid nog te vullen.

Een medische verklaring is een verklaring waaruit blijkt dat de piloot over een goede lichamelijke en geestelijke gezondheid beschikt. De KNVvL heeft voor paramotorvliegers een eigen medische verklaring beschikbaar die 2 jaar geldig is en door de vlieger kan worden ingevuld. Indien bij één van de vragen ‘ja’ aangekruist wordt, kan de vlieger zich bij een (sport)arts gespecialiseerd in luchtvaart / authorized medical examiner (AME) laten keuren.

WA-verzekering

Nog te vullen.

Registratie in scherm

In Nederland zijn paramotors verplicht om het nationaliteitskenmerk (PH-nummer) in het scherm te voeren. In verband met de leesbaarheid van het nationaliteitskenmerk heeft de wetgever eisen opgesteld waaraan de registratie in het scherm moet voldoen.  Deze eisen zijn terug te vinden in de Regeling  inschrijving Nederlandse burgerluchtvaartuigen en afgeleid van ICAO annex 7. De belangrijkste regels zijn de volgende.

  • De letters, cijfers en het koppelteken moeten goed leesbaar zijn.
  • De letters, cijfers en het koppelteken moeten aan de onderzijde van de linkerhelft van de vleugel worden aangebracht
  • De letters, cijfers en het koppelteken zijn tenminste 50 cm hoog
  • De breedte van de letter, cijfers en het koppelteken is tenminste 2/3e van de hoogte (letter I uitgezonderd)
  • De dikte van de lijnen is tenminste 1/6e van de hoogte.
  • De afstand tussen de letters, cijfers en het koppelteken is tenminste 1/4 van de hoogte van de letters en cijfers.
  • De letter, cijfers en het koppelteken zijn blokvormig.
  • De kleur van de letters, cijfers en het koppelteken onderscheiden zich van de achtergrond (zwart op wit, wit op zwart).
  • De kleur van de karakters is gelijk.

Let op!
Op het moment van schrijven (december 2020) staat ILT ook toe dat een kleiner nationaliteitskenmerk op een vlag achter het scherm wordt gevoerd. Men staat dit toe omdat tot op heden de motor werd ingeschreven en anders niet met verschillende schermen gevlogen kan worden. De KNVvL werkt met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat aan een verbetering van de inschrijvingsprocedure voor paramotoren. Hierbij is het waarschijnlijk dat het scherm in plaats van de motor wordt ingeschreven. Wanneer dit is gerealiseerd, is het waarschijnlijk dat het voeren van een vlag alleen bij uitzondering wordt toegestaan (bijvoorbeeld bij een single skin scherm). Tenslotte moet de vlieger zich realiseren dat het bevestigen van een vlag aan de trailing edge van het scherm feitelijk een modificatie van de stuurinrichting van het scherm is. Het voeren van een vlag met daarop het nationaliteitskenmerk wordt daarom ontraden.

Onderhoud en schermkeuring

Nog te vullen.

Tijdens het vliegen

Tijdens het vliegen is de gezagvoerder (de paramotorvlieger) tenslotte wettelijk verplicht een aantal documenten bij zich te hebben. Dit wordt beschreven in de Regeling vluchtuitvoering artikel 5. De volgende zaken zijn verplicht:

  • Bewijs van Inschrijving (BvI)
    Het betreft het Bewijs van Inschrijving, zoals hierboven beschreven.
  • Bewijs van Luchtwaardigheid (s-BvL)
    Het betreft het speciaal Bewijs van Luchtwaardigheid (s-BvL), zoals hierboven beschreven.
  • Vlieghandboek
    Met het ‘vlieghandboek’ worden de gebruiksaanwijzingen van het scherm en de paramotor bedoeld. Het is natuurlijk niet praktisch om deze boekjes in je jas of overall mee te nemen. Een oplossing kan zijn om een digitale versie van de gebruiksaanwijzingen op je telefoon te bewaren.
  • Bewijs van bekwaamheid
    Het KNVvL Paramotorvliegbewijs èn een medische verklaring.
  • Het ‘Journaal’
    Met het ‘journaal’ word je logboek bedoeld. De eisen waaraan het journaal (het logboek) moet voldoen staan beschreven in de Regeling vluchtuitvoering artikel 4. In het logboek moeten in ieder geval de volgende zaken worden vermeld:
    • De datum, de plaats en het tijdstip van aanvang en einde van elke vlucht;
    • De duur van elke vlucht;
    • Het toestel waarmee gevlogen is;
    • Je eigen naam;
    • Eventuele technische storingen, opgelopen schade en reparaties;
    • Eventuele ongevallen en bijzondere voorvallen.
      Let op: iedere paramotorvlieger is dus wettelijk verplicht een logboek bij te houden!
  • Geluidscertificaat
    Het betreft het Blauwe Boekje, zoals hierboven beschreven.
  • Radiovergunning
    Wanneer je met een luchtvaartradio en/of transponder vliegt, ben je verplicht de vergunning hiervoor bij je te dragen.

Daarnaast kent de KNVvL een aantal verplichte onderdelen van de uitrusting:

  • Een bolkompas
  • Een helm
  • Een hoogtemeter
  • Een reservesysteem (tenminste 1 maal per jaar opnieuw gevouwen)
  • Een recente ICAO VFR vliegkaart