Transponder en communicatie

Transponder

De luchtverkeersleiding maakt gebruik van radar om luchtvaartuigen te detecteren, volgen en begeleiden. Een transponder is een apparaat dat in een luchtvaartuig kan worden geïnstalleerd en reageert op het signaal van de radar. Afhankelijk van het type transponder wordt informatie over de identificatie, positie en hoogte naar de radar teruggestuurd. Hierdoor is het mogelijk luchtvaartuigen te volgen en separatie te verzorgen.

In Regeling Boorduitrusting artikel 7 is vastgelegd dat een VFR vlucht in Nederland alleen mag worden uitgevoerd met een werkende SSR-transponder. Een uitzondering hierop is het klasse G luchtruim onder 1200 voet. Ook worden bepaalde typen luchtvaartuigen uitgezonderd, waaronder het zweefvliegtuig, zeilvliegtuig, schermvliegtuig en ballon. Een paramotor (gemotoriseerd schermvliegtuig) is vanwege deze uitzondering in principe niet verplicht om boven 1200 voet gebruik te maken van een transponder.

MAAR, behalve bovenstaande spelen ook de luchtruim classificatie en de aanwezigheid van zogenaamde Transponder Mandatory Zones (TMZs) een rol bij de vraag of het gebruik van een transponder verplicht is.

  • Luchtruim classificatie
    In luchtruim klasse A mogen géén VFR vluchten worden uitgevoerd. In Nederland betreft dit onder meer de TMAs van Schiphol. Omdat een paramotor altijd een VFR vlucht uitvoert, mag een paramotor hier dus niet vliegen (óók niet met transponder).
  • Transponder Mandatory Zone (TMZ)
    Vrijwel het gehele Nederlandse luchtruim kent zogenaamde Transponder Mandatory Zones (TMZs). In een actieve TMZ is een luchtvaartuig altijd verplicht een werkende mode S transponder te voeren. Dat geldt dus ook voor paramotors en staat los van boven genoemde Regeling Boorduitrusting.
    TMZs kunnen worden teruggevonden op de ICAO VFR luchtvaartkaart, in het AIP ENR 6-2.6 en in verdere regelgeving. Van veel TMZs is de ondergrens afhankelijk van het tijdstip waarop gevlogen wordt en het type luchtvaartuig. In de avonduren, weekenden en voor ongemotoriseerde zeil- of schermvliegtuigen geldt vaak een hogere ondergrens. Het is dus van belang om voor vertrek de luchtvaartkaart goed te bestuderen. Op de ICAO VFR luchtvaartkaart juli 2021 zijn “8” en “10” dus wèl op de paramotor van toepassing en “9” niet! Merk ook op dat de tijden in UTC wintertijd (zomertijd) worden genoemd. De notatie “MON-FRI 0800-1600 (0700-1500)” betekend dus van maandag tot en met vrijdag, van 09:00-17:00 uur Nederlandse tijd.

Voorbeeld

Situatie: Je vliegt met de paramotor op 1000 voet zonder transponder voor de kust van Noordwijk boven het strand. Wat is de maximale hoogte?
Antwoord: Je bevindt je hier in luchtruimklasse G. Boven je bevindt zich Schiphol TMA 1 welke zich bevindt op een hoogte van 1500 voet tot FL095 (controleer dit op de luchtvaartkaart). Schiphol TMA 1 heeft luchtruimklasse A. In principe mag je hier dus met de paramotor dus vliegen tot een hoogte van 1500 voet. Toch is het verstandig om niet hoger dan 1200 voet te vliegen. TMA 1 is immers erg druk en door 300 voet onder de TMA te vliegen blijf je altijd op veilige afstand van de grote luchtvaart.

Voorbeeld

Situatie: Je vliegt op een zomerse vrijdagavond met de paramotor in de buurt van Doetinchem (Achterhoek).
Antwoord: Op de ICAO VFR luchtvaartkaart is te zien dat dit gebied ligt onder TMZ E. Van maandag tot en met vrijdag is na 17:00 uur “bolletje 8” op de luchtvaartkaart op paramotors van toepassing. Je mag dan dus met de paramotor zonder transponder vliegen tot een hoogte van FL055.

Toch een transponder gebruiken

De meeste paramotorpiloten vliegen zonder transponder omdat er voldoende ruimte is om te vliegen en het meevoeren van een transponder onpraktisch is. Wil je toch met een transponder vliegen dan zijn er een aantal zaken om rekening mee te houden:

  • RT certificaat: Een transponder wordt gebruikt volgens bepaalde standaard procedures welke worden uitgelegd in de VFR RT cursus. Het behalen van het RT certificaat is daarom verplicht.
  • Zendvergunning: Een transponder (en luchtvaartradio) mogen uitsluitend gebruikt worden indien de gebruiker over een zendvergunning beschikt. Een zendvergunning kan worden aangevraagd bij het Agentschap Telecom.

Radiocommunicatie

In de lucht kan worden gecommuniceerd met behulp van een portofoon. Tijdens de opleiding zorgt de instructeur voor geschikt materiaal waarmee instructies kunnen worden doorgegeven. Na de opleiding kun je zelf kiezen of je met een portofoon wilt vliegen. Er zijn een aantal zaken belangrijk.

Om op de luchtvaartband met een luchtvaartradio te mogen zenden is altijd een zendvergunning nodig. Deze vergunning kan worden aangevraagd bij het Agentschap Telecom. Er zijn verschillende vergunningen afhankelijk van het beoogde gebruik.

  • Recreatief gebruik
    Hiermee is het toegestaan met een VHF radiozendapparaat gebruik te maken van de recreatieve luchtvaartfrequenties. Ook mag met deze vergunning een SSR transponder worden gebruikt. Paramotorvliegers kunnen gebruik maken van het zogenaamde MLA kanaal op 123,425 MHz. De bedoeling van dit gebruik is vooral dat er onderling of met de grond contact gehouden kan worden. Wanneer gebruik wordt gemaakt van een volgauto of grondstation volstaat één vergunning (voor de vlieger). Er is op dit kanaal geen RT certificaat nodig.
  • Volledig gebruik
    Hiermee is het toegestaan om met een VHF radiozendapparaat gebruik te maken van alle luchtvaartfrequenties, inclusief de frequenties van de verschillende luchthavens. Voor communicatie op niet-recreatieve kanalen is een VFR RT-certificaat vereist.
    Normaal gesproken dient een RT-certificaat vergezeld te worden van een zogenaamd “Language Proficiency Endorsement (LPE)-certificaat”. Dit is een certificaat waarmee Engelse taalvaardigheid wordt aangetoond. Net als enkele andere luchtsporten zijn paramotorvliegers uitgezonderd van deze verplichting. Een LPE-certificaat is dus niet nodig (maar wel verstandig, indien je twijfelt aan je Engelse taalvaardigheid).

Naast een luchtvaartradio is het ook mogelijk onderling te communiceren met behulp van apparatuur die door motorrijders wordt gebruikt.