Terreinen

In het algemeen is het in Nederland verboden om met een luchtvaartuig te starten en landen op een terrein dat geen luchthaven is. Met een paramotor of paramotortrike mag je dus alleen starten vanaf een luchthaven òf een terrein waarvoor een ontheffing is verleend. Eenvoudig gezegd zijn er voor onze luchtsport drie opties. In alle gevallen moet het terrein voldoen aan de voorwaarden zoals gesteld in de RVGLT.

  1. Luchthavenregeling (LHR)
    Er kan bij de provincie voor een terrein een luchthavenregeling worden aangevraagd. Hiermee wordt het terrein formeel aangewezen als luchthaven. De tekst van de luchthavenregeling beschrijft onder andere hoe vaak een terrein gebruikt mag worden.
  2. Tijdelijk uitzonderlijk gebruik (TUG)
    Er kan bij de provincie voor een terrein een ontheffing voor tijdelijk uitzonderlijk gebruik (TUG) worden aangevraagd. De ontheffing beschrijft het aantal keer per jaar dat het terrein kan worden gebruikt om te starten en te landen. De vlieger moet de vlucht tenminste 24 uur van te voren melden bij de Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT; meldingtug@ilent.nl).
  3. Vrijstelling onder voorwaarden (vrijstellingsregeling)
    Sinds 2015 geldt er voor gemotoriseerde schermvliegtuigen een vrijstelling onder voorwaarden van de verplichting een luchthavenregeling te hebben (Let op! Deze vrijstelling geldt alléén voor voetstarters). Deze vrijstelling is vastgelegd in de Regeling burgerluchthavens artikel 18 lid 1f en lid 2. De vrijstelling bestaat in de praktijk uit drie stappen:
    1. De vlieger vraagt toestemming aan de eigenaar van het terrein. Deze toestemming is wettelijk niet verplicht, maar toch vragen veel gemeenten naar een kopie van de toestemming. De toestemming is een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de vlieger en de eigenaar van het terrein.
    2. De vlieger vraagt een verklaring van geen bezwaar (VVGB) in het kader van openbare orde en veiligheid aan de burgemeester van de gemeente waarin het terrein zich bevindt. Veel gemeentes verstrekken de VVGB voor een bepaalde periode, van bijvoorbeeld 2 jaar.
    3. Wanneer de VVGB verkregen is, doet de vlieger melding van de locatie bij de inspecteur-generaal van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT; meldingtug@ilent.nl).

Voorbeeld

Situatie: Je wordt door een vliegmaatje uitgenodigd om met je paramotortrike te komen vliegen op een veld dat onder de vrijstellingsregeling valt. Is dit toegestaan?
Antwoord: Nee, een paramotortrike valt niet onder de vrijstellingsregeling. Je mag met een paramotortrike alleen starten op een terrein waarvoor een TUG is aangevraagd.

Terreineisen

De terreineisen voor gemotoriseerde schermvliegtuigen zijn vastgelegd in de Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen (RVGLT). Artikel 26 beschrijft de afmetingen waaraan een terrein moet voldoen, de belangrijkste elementen hieruit samengevat (bestudeer artikel 26 van de RVGLT voor de volledige informatie):

  • Voor het landen en opstijgen is een baan beschikbaar met een lengte van tenminste 70 meter en een breedte van ten minste 25 meter.
  • Deze baan ligt in een obstakelvrije strook met een lengte van ten minste 170 meter en een breedte van tenminste 125 meter. De korte zijde van de baan is gelegen op een afstand van 50 meter van het begin van de strook.
  • Er dienen beheersmaatregelen getroffen te worden indien obstakels hoger dan 45 meter zich binnen 500 meter van de locatie bevinden.
  • In het verlengde van de baan mogen in 225 meter geen obstakels steken door een denkbeeldig vlak met een helling van 1:5 (hoogte:afstand) waarbij de korte zijde van de obstakelvrije strook de basis is van het denkbeeldige vlak.
  • Naast het terrein mogen geen obstakels steken door een denkbeeldig vlak met een helling van 1:2 (hoogte:afstand) waarbij de lange zijde van de obstakelvrije strook de basis is van het denkbeeldige vlak.

Klik hier voor een grafische weergave van bovenstaande eisen.

Voorbeeld

Situatie: Je hebt een stuk grasland gevonden met een afmeting van 170 bij 125 meter en wilt voor dit terrein een VGB aanvragen. Het grasland is volledig omheind met prikkeldraad. Voldoet dit terrein aan de eisen van de RVGLT?
Antwoord: Nee, het terrein voldoet niet. De omheining is een obstakel en steekt door de schuin oplopende obstakelvrije vlakken aan de zijkanten van de obstakelvrije strook.

Behalve de afmeting stelt de Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen (RVGLT) artikel 20 ook eisen aan de uitrusting van een terrein dat voor paramotorvliegen wordt gebruikt. De belangrijkste aspecten samengevat:

  • Er moeten brandblusmiddelen èn reddingsmiddelen aanwezig zijn, alsmede iemand die weet hoe hiermee om te gaan.
  • Er moet een windzak aanwezig zijn die de actuele windrichting en een globale indicatie van de windsnelheid weergeeft. 
  • De hoogte van het gewas (bijvoorbeeld: gras) mag geen belemmering zijn voor het starten en landen. Met name voor een trike is de graslengte en de grassoort van belang om voldoende snelheid op te kunnen bouwen.

Gezond verstand

Behalve de hierboven beschreven voorwaarden is ook ‘gezond verstand’ een belangrijk ingrediënt om te bepalen of een locatie geschikt is als startlocatie voor het paramotorvliegen. Een paramotorveld geeft –hoewel beperkt- immers altijd enige overlast, in de vorm van geluid. Daarom is binnen de KNVvL is afgesproken dat:

  • Niet wordt gestart vanuit Natura 2000 gebieden.

Daarnaast beveelt de KNVvL aan om:

  • Terughoudend te zijn bij het starten vanuit de bufferzone van een Natura 2000 gebied.
  • Terughoudend te zijn bij het starten in de buurt van bebouwde kom.
  • Terughoudend te zijn bij het starten in de buurt van natuur- of stiltegebieden.
  • Terughoudend te zijn bij het starten in de buurt van een plaats waar dieren worden gehouden (met name paarden, koeien en schapen).

Voor de laatste punten geldt dat het niet verboden is om op deze locaties een veld te hebben, maar leert de ervaring dat een veld op dit soort locaties meestal tot problemen leid. Kies bij voorkeur een locatie waar je niemand tot last bent.

Voorbeeld

Situatie: Je hebt een terrein gevonden dat voldoet aan de eisen van de RVGLT. Je overweegt hierop een VGB aan te vragen. Vijfhonderd meter verderop is een manege. Is het terrein geschikt?
Antwoord: Nee. Hoewel het terrein voldoet aan de eisen van de RVGLT, is het niet verstandig deze locatie voor paramotorvliegen te gebruiken. Van nature reageren paarden slecht op geluid van boven. Zij zullen zich opgejaagd voelen met alle risico’s van dien. Het is beter een andere locatie te zoeken.